Ofwel: Vergeven om te overleven. Ofwel: Schenk vergeving, als je leven je lief is!

“Vergeven is de hoop opgeven op een beter verleden”

Door een paar voorvallen realiseerde ik mij plotseling, dat het loslaten van aangedaan leed niet alleen een aardig gebaar naar de ander is, maar vooral groot persóónlijk voordeel brengt. Eerst wilde ik dat noemen “het eigenbelang bij vergeven”, maar gaandeweg bleek “vergeven” een veel te groot woord. Het werd mij duidelijk: vergeven is slechts weinigen gegeven. Waar het mij dus om gaat bij dit onderwerp is, dat je met jezelf in het reine komt en dus niet voortdurend iets hebt, dat aan je ziel knaagt. Nogal dicht bij het dagelijks leven dus. Toen ik eraan begon, wist ik nog niet hoe ingewikkeld het onderwerp was. In de voorbereiding voor dit bouwstuk sprak ik met een overlever van een concentratiekamp, waardoor ik er ernstig aan ging twijfelen of ik het onderwerp nog wel kon aansnijden. Zijn pijn is van een zo onvergelijkbaar andere orde dan het ergste wat ik mij kan voorstellen, laat staan wat mij is aangedaan. Ik dacht “Waar ben ik aan begonnen”. Maar misschien hebben we samen toch iets aan de zoektocht. Ik zelf in ieder geval wel. Voor het vasthouden van de draad van mijn verhaal is het niettemin handig om de werktitel “vergeven om te overleven” even vast te houden.

Uit de gesprekken, die ik over het onderwerp had, bleek overigens dat er erg veel psychologische en religieuze haken en ogen aan zitten. Maar gelukkig word ik niet gehinderd door enige kennis op deze gebieden. Het bouwstuk heeft dan ook allerminst de pretentie van iets afgeronds. Ik had het gevoel, dat ik zoals Aladdin de wonderlamp heb gewreven en nu geen raad weet met de reus. Beschouw het maar als een avontuur, een gezamenlijke zoektocht naar iets, wat waarschijnlijk waardevol is, gezien de vele aanmoedigingen in religieuze geschriften. Bovendien is het een erg praktisch onderwerp: heel dichtbij. Iedereen heeft er mee te maken. Puur eigenbelang dus om geestelijk en fysiek gezond te blijven. Een echte survivaltocht. Ik wil op voorhand stellen, dat het mij aangedane leed helemaal niets voorstelt in vergelijking tot wat velen doorgemaakt hebben. Ik kan mij geen enkele voorstelling maken van de afschuwelijke zaken die in oorlogssituaties plaatsvinden. Dat onvoorstelbare wil ik dus ook bewust buiten beschouwing laten. Een emeritus dominee zei me daarover: “Er zijn dingen, die mensen zijn aangedaan, die niet meer herstelbaar zijn. Daarvoor heb je dan geen andere keus dan ze in de diepste kelders van je ziel te stoppen.” Ik mag hopen, dat ze daar aan de vergetelheid kunnen worden prijsgegeven en niet steeds weer boven de grond komen om het leven te vergallen. Hopelijk kan de eigenaar ze een plaats geven in zijn geest en er mee leren leven. En misschien: tot acceptatie komen of heel misschien zelfs tot vergeving. Over zulke extreme ervaringen kan en wil ik dus niet spreken. Ik denk overigens wel, dat de vorm die ze in Zuid Afrika gevonden hebben in de Waarheidscommissies wel enig soelaas biedt. Het is een soort openbare boetedoening in de wetenschap dat niemand zonder zonden is. In de wetenschap ook, dat je allemaal toch weer door één deur moet. Wel een soort pragmatisme daar, dat ruimte geeft.

Een hieraan verwant en ingewikkeld aspect is dat van het herstel van onrecht, zoals aangedaan aan de Joden in de tweede Wereldoorlog, waarbij men zegt, geen genoegdoening te zoeken. Waar ik ook niet over wil spreken is het strafrecht, omdat dit in mijn optiek maar een beperkte rol kan spelen in het persoonlijke verwerkingsproces. Hooguit de genoegdoening, de bevrediging van wraakgevoelens, als dat al iets positiefs kan bijdragen. De verzachtende omstandigheden, die in het strafrecht alleen maar een ondergeschikte rol spelen, zijn in het persoonlijke verwerkingsproces juist erg belangrijk. Misschien kan de ontwikkelende neiging in de rechtspraak om tot dading te komen, wel een bijdrage leveren aan het acceptatieproces. Het werkt een beetje zoals de Waarheidscommissie. Maar, over strafrecht en over het onvoorstelbare wil en kan ik toch niet spreken.

Anderzijds kan ik u levendig verhalen over wat mensen elkaar in werksituaties aan kunnen doen. Ik denk trouwens wel eens, dat ik die goed overleefd heb, dankzij het feit dat ik geleerd had om in de geest afstand te nemen. In die benauwde tijden kon ik mijn kwetsbaarheid beperken door meditatie-achtige technieken. Waar ik dan dus wel op in wil gaan zijn de grijpbare en begrijpbare aanleidingen of oorzaken. Ik zou bijna zeggen: de wat meer alledaagse gevoelens van spijt en wrok. Daarin is het woord vergeving waarschijnlijk ook wat meer op zijn plaats. Ik heb het gevoel dat dit ook vaak te maken heeft met familieperikelen.

Ik denk, dat er twee hoofdgroepen zijn. De eerste groep betreft de dingen die mij door ánderen zijn aangedaan, bewust of onbewust. De tweede de dingen die ik anderen aangedaan heb. Daar heb ik vooral mezelf bij nodig om te vergeven. Ik kan blijven tobben over dingen, waarvan ik nu vind, dat ik ze toen verkeerd heb gedaan of gezegd. Dat kan over privé-zaken gaan als de opvoeding van de kinderen, maar net zo goed over zakelijke situaties. Als de betroffenen nog leven, kan ik de koe bij de horens vatten.

De Aanleidingen

Maar laat ik eens beginnen met de aanleidingen, die zo’n twee maand geleden bij elkaar kwamen:

Vergeving is een onderwerp waarover meestal in wat vage, ‘softe’ termen gesproken wordt.

Iedereen kent uit het “onze Vader” de regel: “Vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. “Nou”, denk ik dan, “Die actie van God vind ik prima, maar zelf doen, dat is andere koek”. Maar toch kwam het onderwerp Vergeving de laatste tijd een paar keer op mijn pad.

1) In de eerste plaats wel tijdens de bijzondere gesprekken met mijn moeder, niet lang voor haar overlijden vorig voorjaar. Zij benadrukte nog eens hoe belangrijk het is om schoon schip te maken, om geen losse einden achter te laten zodat je in vrede kunt sterven en ook anderen niet opzadelt met zaken die niet meer uit te praten zijn.

2) Een andere aanleiding ligt in onze recente vakantie in Thailand, waar mij het Buddhisme zeer getroffen heeft, voor zover je daar überhaupt iets van zou kunnen begrijpen met je Westerse geest. In het Buddhisme worden je goede en slechte daden allemaal verrekend met het saldo van je Karma, wat je uiteindelijk allemaal op je eigen boterham krijgt. In positieve of negatieve zin. In dit leven of in het volgende. Men vindt het dus vooral erg dom als je jezelf schaadt.

Recent kwam ik ook in een paar boekrecensies het onderwerp Vergeving tegen.

3) De eerste boekrecensie ging over het boek “Getekend”, een autobiografisch boek van Willem de Vink over zijn jeugd. Hij herkent plotseling zijn wraakzuchtige gevoel ten opzichte van zijn vader: “Ik zal het je betaald zetten, pa”. Hij vertelt in het boek hoe hij de wrok heeft kunnen loslaten en uiteindelijk tot vergeving is gekomen. Hij geeft dan de aanbeveling: “Koester je boosheid niet”.

Hoe vaak overkomt het je niet, dat je op hetzelfde moment dat je iemand ziet, de oude afwijzende gevoelens krijgt. Hoe goed of hij ook doet, je blijft het negatief interpreteren.

4) Een paar jaar geleden werd de juistheid van deze bewering nog eens onderstreept in een lezersreactie op het bezoek van de Japanse keizer aan ons land. Daarin werd de haat verwoord over de inderdaad vreselijke misdaden. Er zijn vele soortgelijke voorbeelden, alle van mensen die onbeschrijfelijk geleden hebben. Heel veel van die mensen zijn de gevangenen gebleven van de misdaden van anderen. Zij hebben de weg naar de geestelijke vrijheid niet gevonden en lijden nog steeds. Zij hebben het leed geen plaats weten te geven. Zij wachten op wraak. Zij blijven hun boosheid koesteren.

5) Ik las een redactioneel artikel over het boek van Lulu Wang, wat gaat over seksueel misbruik van kinderen. Daar stond:

“Hoe schrijf je over dit soort verschrikkingen zonder het te vergoelijken maar toch zo, dat de slachtoffers er misschien iets aan hebben? Kun je bij die mensen aankomen met het verhaal, dat vergeving de enige weg naar de vrijheid is, omdat je anders je hele leven de gevangene blijft van de misdaad van een ander?

Ik vind dit zo’n belangrijke zin, dat ik hem nog eens herhaal: "Kun je bij die mensen aankomen met het verhaal, dat vergeving de enige weg naar de vrijheid is, omdat je anders je hele leven de gevangene blijft van de misdaad van een ander?"

6) In het blad BRES stond iets, dat mij bijzonder raakte: Het had betrekking op de vreselijke taferelen uit de tijd van de inquisitie. Ik heb mij vaak afgevraagd, hoe toch mensen met overtuiging lid kunnen blijven van een kerk die zulke bestialiteiten begaan heeft. Maar in die tekst stond: “Er bestaat altijd spanning tussen degenen die innerlijk naar geestelijke waarheid streven en degenen die de maatschappelijke omstandigheden trachten te scheppen die haar afspiegelen. Het is bedrieglijk gemakkelijk om je grootmoedig op te stellen als je in een betrekkelijk stabiele gemeenschap leeft. Vanuit die positie lever je maar al te gauw onredelijke kritiek op onze worstelende voorouders, die zondigden om juist dié stabiliteit te realiseren die we nu hebben”. Zulke kritiek heb ik zelf vaak laten horen. Wel is het zo, dat zieke sadistische geesten in de RK-kerk lang hun gang hebben kunnen gaan en er een orgastisch genoegen in leken te vinden. Dat is wat de kerk zich wel mag verwijten, zoals ook de passieve (?) medewerking aan het nazisme en het verdoezelen van kinderverkrachting door priesters. Dat zijn allemaal teksten, die mij ruimte geven, die ik vaak herlees. Waar ik erg blij mee ben. Het gaat dan niet over vergeving, maar in ieder geval over begrip. Dat geeft mij een beetje rust.

Toen ik zover geïnventariseerd had, realiseerde ik mij dat aangedaan leed voorkomt in een scala vanaf ‘je een beetje op je tenen getrapt voelen’ tot aan de mensen die het volledig onvoorstelbare hebben overleefd. Dat realiseerde ik mij wel heel sterk tijdens de voorbereiding. Zonder dat ik zijn pijn ook maar enigszins kan invoelen, heeft de overlever van Theresienstadt voor mij een belangrijke voorbeeldfunctie. Iemand die het leed een werkbare, een leefbare plaats heeft weten te geven. Hij heeft, geloof ik, kans gezien om zijn energie niet in negatieve, verterende haatgevoelens te stoppen maar, zoals hij het zelf zegt, op pragmatische wijze zijn leven op te pakken omdat je geen keus hebt. Hij waarschuwde, dat ik niet moet denken, dat hij ook maar iets vergeven heeft, laat staan vergeten. Maar, zei hij, je moet verder, je moet een nieuw leven oppakken. Gelukkig heeft hij dat gekund. Niet alleen tot voordeel van zichzelf, maar ook van zeer velen om hem heen.

Waar hebben we het eigenlijk over.

Ik realiseer mij dat de aard en omvang van het aangedane leed of onrecht een wel heel breed gebied bestrijkt.

Kijkend naar het onderwerp, denk ik, dat je twee hoofdgroepen kunt onderscheiden met ook twee soorten verwerking.

1) De dingen die jou zijn aangedaan en

2) de dingen die jij anderen hebt aangedaan. Hopelijk onbewust, anders zou ik mijzelf wel een schurk vinden. Toch kan ik daar berouw en een schuldgevoel bij ervaren. Bij dát verwerkingsproces heb ik vooral mezelf nodig.

Voor de verwerking geldt in beide gevallen dat, wanneer je geen emotionele rustplaats hebt gevonden voor je pijn of onrust, het aan je blijft knagen en je geestelijke en lichamelijke gezondheid blijft ondergraven

 

Het lijkt mij, dat het in deze soorten over machtsverhoudingen gaat, n.l. de ene keer ben jij de underdog, die maar hebt te accepteren wat anderen over je beslissen. De andere keer heb jij zelf de touwtjes in handen en bent in de positie om anderen te beschadigen, gewild of ongewild. Over de eerste soort, dus wat anderen mij hebben aangedaan, kan ik zeggen dat de situaties waarin ik verkeerd heb, niet echt levensbedreigend waren, maar het zou sommigen misschien wel goed gepast hebben als mij iets ernstigs overkomen was. Mijn ervaringen zijn wel niet zo ingrijpend maar misschien toch een aardige basis om vanuit te denken. Bij mijzelf heb ik gemerkt dat het verwerkingsproces, het proces van afstand-nemen zeker niet begon met iets wat op liefde lijkt, maar meer met iets van verachting of medelijden ten opzichte van de veroorzaker. Misschien ook wel van arrogantie. Zo van: dom, kleinzielig, machtswellustig mannetje of vrouwtje, “hij is niet wijzer”, en dan via: “hij of zij heeft zichzelf ook niet gemaakt” en “hij is ook maar een gevangene van zijn eigen omstandigheden” naar een soort neutrale acceptatie. In ieder geval zodanig, dat ik geestelijk de rug weer kon rechten en met wat pillen van de dokter ook de fysiek weer onder controle kon krijgen. Terugkijkend naar mijn slachtoffersituaties, heb ik trouwens wel eens met enige Schadenfreude vastgesteld, dat de veroorzakers toch ook de nodige tegenspoed niet gespaard was gebleven. Ik denk, dat positieve gedachten misschien wel niet helemaal de ideale vorm van vergeving zijn, maar wel kunnen bijdragen om je zielenrust te hervinden. Op die manier de ander bekijkend, bestuderend, ontstaat er onvermijdelijk meer begrip voor de omstandigheden van de ander en van zijn handelen, immers “Savoir tout c’est tout pardonner”. Alles weten is alles vergeven. Heilzaam is ook het overdenken van je eigen positie in het licht van de woorden van Jezus: ”Hij die zonder zonden is werpe de eerste steen”. Waar het vooral om gaat is, dat je uit de slachtofferpositie komt. Uit het gevoel van onmacht om over je eigen lot te beschikken. Dit is overigens volgens mij de belangrijkste oorzaak van stress. Bij de School voor Praktische Filosofie (waar ik een aantal jaren op heb gezeten) hadden ze voor het dagelijks leven een oefening waarbij je nieuw naar mensen moest proberen te kijken. Dus niet meteen het oude verwachtingsplaatje erop plakken als ze ter sprake of in zicht komen, maar proberen blanco te kijken. Dat verandert je houding merkbaar en heeft na korte tijd ook zijn uitwerking op de tegenpartij. Omdat jij plotseling heel anders bent, kunnen ze ook hun normale reactiepatroon niet meer op je kwijt. Hebben ze geen grip meer op je. Verhaal halen bij de veroorzaker werkt overigens niet. Het heeft geen zin om de ander onder bedreiging te laten verklaren, dat het hem spijt.

De tweede soort zaken zijn die, die jij anderen aangedaan hebt. Daar heb je vooral jezélf bij nodig om te vergeven. Ik kan blijven tobben over dingen, waarvan ik nu vind, dat ik ze toen verkeerd heb gedaan of gezegd. Dat kan over privé-zaken gaan als de opvoeding van de kinderen maar net zo goed over zakelijke situaties. Zelfverwijt kan ook komen uit dingen die je hebt nagelaten, die je had kunnen doen maar hebt nagelaten omdat je toen meende, dat het ongepaste inmenging was. Zoiets van: ben ik mijns broeders hoeder? En achteraf dan vaststelt: Ja, dat ben ik inderdaad. Had ik het maar gedaan of gezegd. Ik ben er stellig van overtuigd, dat dat zelfverwijt veelal ten onrechte is, omdat op het moment, dat het mis ging, ik niet wist wat ik nu weet. Destijds heb ik het gedaan met de beste bedoelingen. Als dat minder goed is uitgepakt, is dat jammer, maar ik moet daar nu niet meer over tobben. Hopelijk kan ik mij bij de benadeelde nog verontschuldigen, heel misschien kan ik er nog iets aan doen, maar dán moet ik het ook loslaten. Het zal hun en mijn gemoed ontlasten. En het aardige is, dat je niet alleen jezelf een dienst bewijst, maar ook vele anderen.

Dat ligt nogal aardig in het gebied van het “Ken U(w) Zelf”.

Dit is misschien wel de belangrijkste vorm, omdat dat gaat over jezelf. Niet anderen, maar jijzelf bepaalt je eigen vrijheid. Je kan immers ook niet andermans vrijheid bepalen. En bovendien ben je zelf de enige persoon waar je iets aan veranderen kunt. Als je zelf een belangrijke rol gespeeld hebt bij het ontstaan van datgene wat je nu bezwaart, ben je ook bij machte om de koe bij de horens te vatten en actie te ondernemen. Je hoeft bijvoorbeeld alleen maar naar je neef of naar de buren te stappen en de zaak uit te praten. In dit type problemen valt ook de groep van dingen waar je juridisch bezien voor de buitenwereld dan wel part noch deel aan hebt, maar waarvan je in je binnenste weet, dat je niet vrijuit gaat. Ik heb daar zo nog een citaat over uit een tekst van Kahlil Gibran.

Beschouwing

Wat komt eigenlijk in de buurt van vergeving? Ik denk, dat het is, als je het onrecht en vooral de veroorzaker ervan een neutrale plaats hebt kunnen geven in je bewustzijn. De haat, de wrok voorbij. Het hoeft zeker niet in liefde te ‘ontaarden’. Helaas zijn we geen evenbeelden van Jezus of Bhoedda of, dichterbij: Ghandi. We zullen het moeten doen met zoals we zijn. Het heeft wel iets te maken met “Gij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelf. Een ander gebod, groter dan deze bestaat niet”. Aan het begin staat dus het liefhebben van jezelf. Immers, als je jezelf lief zou hebben, zou er al heel wat zelfverwijt van je afvallen. Het “Ken U(w) Zelf” heeft daar alles mee te maken. Vergeving heeft na het erkennen van schuld van de dader en de constatering dat het geen verzachtende omstandigheid is, dat je maar een radertje in de (bureaucratische) machine bent, toch twee kanten:

  • De juridische waarheid
  • De erkenning dat het ook maar een mens is.

Tolerantie ligt wel in de buurt van vergeving, maar is toch iets anders. Tolerantie betekent zeker niet ‘mokkend gedogen’, maar een oprechte verdraagzaamheid jegens andersdenkenden.

Denkend over vergeving heeft het wel iets te maken met liefde, met naastenliefde, maar het is toch wat anders, geloof ik. In het scala van haat tot liefde, van wraak tot vergeving zijn er vele tussenvormen denkbaar, die toch tot een soort verlossing leiden. Zodat je niet meer de gevangene van je eigen haatgevoelens blijft. Liefde houdt in een positieve houding t.o.v. de ander. Voor vergeving hoef je niet verder op de weg van toenadering dan tot de neutrale middenpositie. Dat is genoeg om objectief te kunnen zien. Liefde, evenals haat, vertroebelt het zicht.

 

Verdringing en lijdzame acceptatie leveren een min of meer leefbare situatie op die onderhuids blijft doorzieken. Toch is het vaak de enige optie als de veroorzaakte situatie onveranderbaar is. In het wel heel bijzondere boekje “De Profeet” van Kahlil Gibran staat een prachtige tekst over misdaad en straf. Over het feit, dat ook het slachtoffer nooit helemaal vrijuit gaat. Sterker nog, hij draait het om en zegt: De schuldige is dikwijls het slachtoffer van de benadeelde! En hij zegt ook, dat in elk van ons alle goede en kwade krachten huizen. Hij zegt: “hij, die fier recht op staat en hij, die gevallen is, zijn één en dezelfde.” Mijn eerste reactie was afwijzend, maar naar mate ik de tekst vaker las en overdacht, begon ik de juistheid steeds meer te herkennen. Bij de meeste onaangename dingen die mij zijn overkomen, heb ik zelf in eerste aanleg ook –in een of andere vorm- een rol gespeeld. Jezus zei ook al toen men de overspelige vrouw wilde stenigen: “Hij die zonder zonden is, werpe de eerste steen”. En dan staat er: “En allen liepen beschaamd weg”.

Tenslotte

Het is onmiskenbaar zo, dat malende schuldgevoelens, verdriet en wrok je gezondheid aantasten. Ik ben ervan overtuigd, dat een positieve geest het lichaam fit houdt, maar ik weet niet of je het jezelf zomaar aan kunt leren, als je niet zo in elkaar zit. Het boek “Leer je leven helen” van Louise Hay geeft daar een omvangrijke opsomming van. Zij relateert heel veel lichamelijk lijden aan verkeerde gedachten, aan zelfverwijt en geeft dan aanwijzingen hoe je misschien je gedachtenpatroon kunt ombuigen zodat de zelf-bestraffing eindigt en je er vrede mee krijgt. En aan het eind van de rit in alle rust kunt sterven. En je nabestaanden niet achterlaat met gevoelens van wroeging die niet meer goed te maken zijn. Dus, schenk vergeving, als je leven je lief is. Uiteraard is er geen recept te geven hoe je je ziel zo veel mogelijk kunt ontlasten. Iedereen is anders en zelfs dan kent het aangedane leed zoveel vormen en nuances, dat geen enkele situatie vergelijkbaar is. Het enige wat ik zeker weet is, dat je een ander niet kunt veranderen en alleen jezelf. Je zult het dus ook helemaal bij jezelf moeten zoeken. Zoals altijd: Op U komt het aan!

"En zo blijven dan:

Geloof, hoop en liefde,

deze drie,

Maar de meeste van deze is de liefde"

 

"Wie van ons is zonder zonden?

Wie heeft nog nooit een misstap gemaakt?

De echte zonde is, wanneer men tot inkeer kan komen en het niet doet."