Beste Toehoorders, heeft u even tijd?

U kunt dit niet weten maar tijdens comparitieavonden schrijf ik in een schriftje de dingen op die mij opvallen en die ik wil onthouden. Daarbij schrijf ik met een vulpen, en wel een speciale vulpen. Die van mijn opa (die vulpen is hem gegeven in 1931 door zijn baas bij de geboorte van mijn vader). Bij de voorbereiding op dit bouwstuk realiseerde ik me opeens wat dat voor bijzonders voor mij was. Mijn opa, die ik nooit heb gekend, die iets meer dan 60 jaar geleden lag te creperen in een Jappenkamp en daar ook is gebleven. Zijn pen, wonder boven wonder nu terug in mijn handen. Nu 42 jaar geleden in 1966 werd ik geboren, krap 20 jaar na die misère in Indië en Europa. In 20 jaar tijd de wereld op zijn kop, de helft van mijn leven, in tijd uitgedrukt.

Hoe relatief is tijd eigenlijk?

Ons mensenleven is een seconde op de klok van het bestaan. Sterker, wetenschappers hebben berekend dat het bestaan van de mens ongeveer 1 tienduizendste seconde is van de tijd dat de aarde al bestaat. Wat maken we ons eigenlijk druk? Dat druk maken komt voort uit ons besef van sterfelijkheid en voor zover we weten zijn we de enigen die zich dat beseffen. Dat besef is zo overweldigend dat velen van ons die sterfelijkheid vrezen. Geen gezond mens wenst te sterven, we weten immers wat we hebben en we weten niet (zeker) wat we krijgen. Tijd is voor ons dus van wezenlijk belang. De relativiteit van tijd is echter veel voor de hand liggender als we de zaak eens in een wat breder perspectief stellen. De meest gangbare manier om Tijd te rubriceren is de indeling Verleden, heden en toekomst. We leven in het heden maar maken ons doorgaans drukker over de 2 andere dimensies, het verleden en met name de toekomst.

Maar is dat nu zo zinvol?

Hermes Trimegistus (in het Corpus Hermeticum) zegt: Tijd is afmeting

Want:

Het verleden is verdwenen en is niet langer meer

En de toekomst bestaat nu niet, want zij moet nog komen.

Zelfs het heden is niet standvastig. Zij duurt niet.

De tijd houdt zich geen seconde stil.

 

Vele filosofen denken er zo over, waarbij ze er op wijzen dat alleen het heden telt. Boeken als “de Kracht van het NU” van Eckhart Tolle wijzen op de illusie van verwachtingen, zorgen, waandenkbeelden, en gevoelens over dingen die op dit moment niet spelen. Illusies die door het persoonlijke tijdgebonden denken worden gecreëerd. Het verleden is niet meer dan een herinnering die NU wordt ervaren en de toekomst is een voorstelling/droom in het NU, en in het «nu» bestaat geen tijd. Nu is nu, maar als nu nu is hoe klein is dan die tijdsspanne, want op het moment dat je nu zegt of denkt, is het al weer verleden. Eigenlijk leven we dus constant tussen Toekomst en Verleden, ik zou haast zeggen, het NU BESTAAT NIET, er is alleen maar verleden en toekomst. Met name Helderzienden zullen dit als normaal ervaren. U kunt zich voorstellen dat voor iemand die volmaakt helderziend is in tijd en ruimte het denken in termen van oorzaak en gevolg irrelevant is. Stelt u zich voor een film te zien. Voor ons is dat duidelijk een verhaal met een begin en een eind. Scènes volgen elkaar in logisch verband op en vormen zo een verhaal. Maar als je helder zou kunnen zien in tijd en ruimte dan zou je iedere willekeurige scène op willekeurig welk moment zien, voor zo iemand is er dus alleen gelijktijdigheid. In plaats van opvolgende beelden op een tijdslijn ziet zo iemand een totaalbeeld met alle gebeurtenissen, in het verleden en in de toekomst.

We zijn dus eigenlijk aan het tijdreizen.

Bij ons in het westen is het nog altijd zo dat de meerderheid denkt dat tijd een rechte lijn is die met iedere tik van de klok een stukje langer wordt. In bijbelse termen begint de lijn bij de schepping en eindigt op een wijze die de apocalyptische apostelen voorzien hebben. Een nogal simpele voorstelling van zaken. We gaan vooruit de toekomst tegemoet. Plato echter, u weet wel die van 427-347 v. Chr., was met zijn idee van een pulserend universum, waarin de tijdpijl periodiek van richting verandert, zijn tijd ver vooruit. Hij beschreef in zijn werk Politikos zijn vermoeden, dat de ontwikkeling van onze wereld aan het eind van een cyclus tot stilstand zou komen om vervolgens in omgekeerde volgorde terug te lopen. Een bizar en belachelijk idee?

Als Vrijmetselaar sta ik open voor elke overweging en denk ik:

Misschien heeft hij gelijk!

En ook Hermes beschrijft hoe dat tijdreizen werkt.

“ga maar bij jezelf te rade, op de volgende manier: beveel je ziel naar Indië te reizen, en zij is er al voor je dit bevel hebt uitgesproken. Gelast haar daarna naar de Atlantische Oceaan te gaan, en zij is ook daar weer even vlug. En toch is zij niet van de ene plaats naar de andere gegaan, maar zij was er al.

Beveel haar nu naar de hemel te vliegen. De ziel doet dat zonder dat zij vleugels nodig heeft. En er is ook niets dat haar tegenhoudt, de gloed van de zon niet, de ether niet, de omwenteling van de vaste sterren niet, de hemellichamen van de planeten niet. Alle ruimten doorklievend vliegt zij tot het uitspansel, het laatste hemellichaam. En als je ook dat hemelgewelf zou willen doorbreken, en schouwen wat daarboven is, dan kun je dat.

Let er eens op, hoe grote macht je hebt, hoe grote snelheid je kunt ontwikkelen.”

Aldus de woorden van Hermes uit het “Corpus Hermeticum”

En als al dat filosofische geweld u nog niet heeft overtuigd, hoeft u slechts terug te denken aan uw dromen. In sommige dromen worden avonturen beleefd die uren zoniet dagen lijken te duren. Deze tijdsbelevenis staat haaks op de werkelijke luttele seconden van hersenactiviteit. Als we echter een nadere rubricering aanbrengen in deze filosofische wirwar ontstaat er naar mijn idee enige vorm van begrip. In mijn beleving halen we tijdsdimensies door elkaar, namelijk de geestelijke en de fysieke (al zullen sommige ook het fysieke weer beschrijven als een manifestatie van het geestelijke, maar dat laat ik nu even rusten). Fysiek is tijdsdefinitie aan een andere ritme gebonden dan geestelijk. Het menselijk lichaam ontstaat en vergaat (uit stof komt gij en tot stof zult ge wederkeren). Alles in de natuur ontstaat en vergaat, en eigenlijk alles in het Heelal ontstaat en vergaat. (ik zeg hier bewust niet Begint en Eindigt omdat ik geloof in een overgang) Deze cycli gaan steeds door en zijn wellicht (als ‘ze’ inderdaad gelijk hebben) omkeerbaar. Maar het fysieke leeft in het NU. Elke seconde veroudert zij en verandert zij. Geestelijk zijn we echter niet aan die tijd gebonden. Onze ideeën, fantasieën, dromen en denkbeelden kunnen we vrijelijk door Verleden en Toekomst laten reizen.

Wat heb je aan een stoffelijk lichaam in het NU als je geest onbegrenst is?

In mijn beleving ligt daar wellicht onze opdracht als Mens. Beheersing en beperking. Een grote geest in een klein lichaam. Het Corpus Hermeticum geeft aan dat de geest niets weet van het hogere, dat zij bedekt is met een waas, om zo het zwakke lichaam te beschermen tegen de krachten van geest. Het lijkt dus onze taak te leven in het NU, en de kwellingen van het Verleden en de verlokkingen van de Toekomst te weerstaan, om zo weer terug te komen bij ons ZELF.

“En een sterrenkundige zei: En de tijd, meester?

En hij antwoordde:

Gij wilt de mateloze, onmetelijke tijd meten;

Gij wilt u laten leiden, ja uw geestesactiviteit laten bepalen door de uren en de seizoenen;

Gij wilt de tijd maken tot een stroom en op de oever zitten kijken hoe ze voorbijglijdt.

 

Het tijdeloze in u is zich echter bewust van de tijdeloosheid van het leven.

Het weet dat gisteren enkel de heugenis van vandaag is en morgen de droom van vandaag.

En dat datgene wat in u zingt en mediteert, nog toeft binnenin dat eerste ogenblik, dat de sterren uitstrooide in de ruimte.

Wie van u voelt niet dat zijn vermogen tot liefhebben grenzeloos is,

Maar dat die liefde tevens ligt besloten in de kern van zijn wezen en zich niet beweegt van liefdesgedachte tot liefdesgedachte en van liefdesdaad tot liefdesdaad?

Is niet de tijd evenals de liefde onverdeeld en niet te meten?

 

Maar als ge er niet aan ontkomt de tijd te meten in seizoenen, laat elk seizoen dan alle andere omvatten,

Laat het heden het verleden met herinneringen en de toekomst met verlangen omhelzen.”’

“Over de tijd” van Kahlil Gibran uit De Profeet

Tot slot

Na al deze overpeinzingen en filosofische gedachtenspinsels wil ik graag afsluiten met Augustinus die 1500 jaar geleden schreef dat hij heel precies wist wat de tijd was, zolang hij dat maar niet hoefde te verklaren. Zodra hij het in woorden probeerde te vatten, vervluchtigde het inzicht tot radeloos gestamel.